In principe wel, maar het toestel bepaalt de opbouw eronder en niet andersom. Wat een toestel vraagt volgt uit zijn vrije valhoogte: hoe hoger een kind kan vallen, hoe meer demping de ondergrond in de zone eromheen moet kunnen leveren.
Meestal wordt het toestel eerst geplaatst en in beton verankerd, en gaat het kunstgras daarna eromheen. Dat is niet alleen praktisch: pas als de definitieve positie vaststaat, is duidelijk waar de zone rondom het toestel valt en waar de dempende opbouw dus moet doorlopen. Waar toestellen dicht bij elkaar staan overlappen die zones, en dan bepaalt de zwaarste eis de opbouw voor het hele vlak.
NEN-EN 1176-1 stelt de eisen aan speeltoestellen en levert de vrije valhoogte en de zone eromheen. NEN-EN 1177 is de beproevingsmethode waarmee de kritische valhoogte van een schokdempend oppervlak wordt bepaald. Die twee horen bij elkaar maar zijn niet hetzelfde, en een kritische valhoogte hoort altijd bij een concrete, geteste opbouw. Meer daarover bij kunstgras als ondergrond voor speeltoestellen en bij het berekenen van de valvrije zone.
Heb je een toestellijst met valhoogtes, of een inrichtingsplan? Stuur die mee, dan bepalen we per zone welke opbouw daarbij hoort. Leg het voor tijdens een orientatiegesprek.
Wij staan voor je klaar!